“And then there is luck, both good luck and bad luck, and as I become more and more experienced it seems that luck becomes ever more important”
Henry Marsh // Engelse hersenchirurg

Bootvlucht familie Cao (foto: Pho Vietnam © Kim Le Cao)

Bovenstaande foto had mijn vader ingelijst en thuis op het altaar geplaatst. Het altaar is de belangrijkste plek in elk Vietnamese woonkamer, het is de herdenkingsplek met foto’s van voorouders die soms vergezeld worden met symbolen van het boeddhisme of katholicisme. Een uitvergrote zwart-wit pasfoto van mijn overleden oma torende boven deze bootfoto uit. Toen ik op kamers ging vroeg ik mijn vader of ik de bootfoto mocht meenemen. Hij stemde in. Deze foto vertelt onze familiegeschiedenis en ik zie het als een portret van mijn vader: vastberaden, kwetsbaar, voorbijgaand maar vol moed.

In Vietnam woonde mijn oma bij mijn ouders in tot mijn vader besloot Vietnam te ontvluchten. Door de onzekere toekomst en de loerende heropvoedingskamp moest hij de moeilijkste beslissing ooit in zijn leven nemen. Mijn vader liet mijn oma achter bij familie omdat ze de bootvlucht niet zou hebben overleefd. Ze hebben elkaar nooit meer teruggezien.

In mijn geboorteplaats Quy Nhon was mijn vader een succesvolle vissersboer. Hij bezat vissersboten, had mensen in dienst en met zijn inkomen hadden we een goed leven. Mijn vader onderhield hiermee een aantal van zijn familieleden die het hoofd moeilijk boven water konden houden.
Mijn vader had tijdens de Vietnamoorlog gevochten aan de zijde van de op Amerika georiënteerde Zuid-Vietnam tegen het communistische georiënteerde Noord-Vietnam. Tijdens de oorlog had hij de meest gruwelijke dingen gezien. Vroeger na het zien van het journaal vroeg hij het zich hardop af hoe het toch komt dat de mens het meest wrede soort op aarde is. Hij had zijn peloton letterlijk aan flarden geschoten zien worden toen ze in de bergen op verkenning werden uitgezonden. Mijn vader wist bij wonder te ontsnappen en moest zich een tijd lang in leven zien te houden terwijl hij omsingeld was door de vijand. Uiteindelijk kwam een helikopter hem halen. Terwijl er over en weer geschoten werd, werd mijn vader de helikopter in getild. Hij stonk een uur in de wind en aan zijn lichaam bungelde slechts reepjes stof van zijn broek waar zijn geslachtsdelen uit hingen, wist hij ons later levendig te vertellen.

Saigon viel op 30 april 1975 in handen van de Noord-Vietnamezen. Toen de laatste Amerikanen vlak daarvoor uit Vietnam waren vertrokken werd de grond onder mijn vaders voeten te heet. Mede door de onzekere toekomst van zijn kinderen besloot mijn vader te vluchten. Alles wat hij had opgebouwd en veel wat hem dierbaar was moest hij achterlaten. Een jaar na de val van Saigon vertrokken wij in het diepste geheim in mijn vaders vissersboot naar open zee…

s.s. Kelletia redt Vietnamese bootvluchtelingen

Op reis van Singapore naar Kobe en Yokohama trof het s.s. “Kelletia” in de Zuid-Chinese Zee, in positie 08°30’ Noord en 110°04’ Oost, op 31 juli jl. een zinkend vaartuigje aan met aan boord 33 uitgeputte Vietnamezen waarvan een aantal in shock-toestand verkeerde.
Alle opvarenden konden aan boord van de “Kelletia” worden genomen, voordat het vaartuigje in de diepte verdween.
De groep, bestaande uit 12 mannen, 8 vrouwen, 2 opgroeiende jongens en 11 kinderen in leeftijd variërend tussen 6 maanden en 6 jaar, bleek tien dagen eerder uit Vietnam te zijn gevlucht.
De opvarenden van de “Kelletia” verleenden eerste hulp en dankzij hun goede zorgen konden de 33 Vietnamezen op 7 augustus veilig en gezond te Yokohama worden gedebarkeerd. Hier werden zij opgevangen door medewerkers van een charitatieve instelling, die voor onderhoud en huisvesting zal zorgdragen tot een definitieve eindbestemming voor hen is gevonden.

Schip en Ka 1976, maandblad voor het vloot- en walpersoneel // Shell Tankers B.V.

In 2016 had mijn familie een ontmoeting met de eerste en tweede stuurman van de s.s. Kelletia. Een oproep in het pensioenblad van de Koopvaardij leverde een heleboel hartverwarmende reacties op en uiteindelijk deze twee bijzondere ontmoetingen. Beide stuurmannen wisten ons te vertellen hoeveel geluk we hebben gehad. Als de Kelletia ons pad niet had gekruist hadden wij het nooit overleefd. Er was een lek in het vissersbootje van mijn vader dat dicht gehouden werd met een zak rijst, we hadden problemen met de motor en voerden de verkeerde kant uit. Het was onmogelijk om het vaste land op tijd te bereiken.

Mijn vader had in Nederland met hulp van een tolk een lange bedankbrief naar de eerste stuurman (kleurenfoto linksonder) gestuurd. Dat heeft hij ons nooit verteld.

Van de tweede stuurman kreeg ik deze polaroid die hij zelf had gemaakt en al die jaren had bewaard. Het is een van de weinige foto’s die ik van mezelf heb als peuter.

Het scheelde niet veel of we waren in Amerika beland, het land waar mijn vader van droomde. Maar door een keuze tussen uit elkaar gaan of samen met alle familieleden naar Nederland viel die droom voor mijn vader in duigen. In Nederland bestond er een communistische partij, de Communistische Partij van Nederland (CPN), die in 1977 slechts twee zetels had. Ondanks de te verwaarlozen macht van deze partij maakte het mijn vader toch enigszins paranoïde. Iets wat hij had overgehouden aan de traumatische ervaringen die zijn leven rijk is. Hoewel hij voor de oorlog niet eens wist wat communisme betekende sprongen nu zijn nekharen overeind als dat woord viel. De oorlog had het communisme een gezicht en betekenis gegeven. Het was voor hem ondenkbaar om naar een land te gaan waar een communistische partij onderdeel uitmaakte van de politiek. Hij heeft gehuild toen we naar Nederland vertrokken. Amerika spatte als een droom uiteen.

De geschiedenis herhaalt zich keer op keer nu er weer miljoenen mensen op de vlucht zijn. Ik weet niet welke keuze ik had genomen als ik in de schoenen van mijn vader zou hebben gestaan. Ik weet niet of ik de moed zou hebben gehad om alles achter te laten wat mij zo dierbaar en vertrouwd is, om mijn moeder nooit meer terug te zien. Gelukkig heeft mijn vader ervoor gezorgd dat ik daar niet over na hoef te denken en dat ik in vrijheid kan denken en doen.