Mong toi is de naam van Aziatische spinazie waarvan de stevige structuur het meest lijkt op wilde spinazie. In het Engels wordt de groente malabar of ceylon spinach en in het Chinees saan choy of poi choy genoemd.

Canh mong toi is een zeer eenvoudig en nostalgisch gerecht met een overweldigend umami-smaakgehalte. Traditioneel wordt deze soep gemaakt met gedroogde garnalen wat van zichzelf een umami-smaak heeft. De soep wordt afgemaakt met vissaus wat de tweede umami smaakexplosie geeft en de mong toi-bladeren hebben een aardse en de steeltjes een licht bittere smaak. Dat geeft het gerecht een rijkelijke geur en misschien ietwat vreemde smaaksensatie, maar de Aziaten zijn er dol op omdat de spinazie boordevol vitaminen en antioxidanten zit.

De gedroogde garnalen kunnen vervangen worden door verse garnalen, tofu of varkens- en garnalengehakt. Lekker bij een rijsttafel om de verschillende smaken van de bijgerechten tussendoor te neutraliseren.

Ingrediënten

  • 1 l water
  • 30 g gedroogde garnalen (minder naar smaak)
  • 400 g Vietnamese spinazie
  • 1 tl suiker
  • ½ tl zout
  • 1 tl vissaus
  • zwarte peper

Bereiding

  1. Week de gedroogde garnalen circa 30 minuten in een rijstkommetje met warm water.
  2. Breng 1 liter water in een soeppan aan de kook.
  3. Snijd de spinaziebladeren van de stelen, verwijder de stelen en spoel de bladeren goed schoon met water. Snijd de spinazie in reepjes.
  4. Laat de geweekte garnalen uitlekken in een vergiet en hak ze fijn. Doe de gehakte garnalen in de soeppan en voeg de suiker en zout toe. Dek de pan voor de helft af met een deksel en laat op medium zacht vuur ongeveer 15 minuten koken.
  5. Doe de reepjes spinazie in de soep en voeg vissaus toe. Zorg ervoor dat de spinazie onder de bouillon komt te liggen. Roer voorzichtig om en proef. Voeg eventueel extra suiker of zout naar smaak toe. Draai het vuur uit zodra de spinazie net is geslonken.
  6. Schep de soep in een grote kom en maal er zwarte peper overheen.